Pensioenfondsen die de huidige economische en maatschappelijke ontwikkelingen doorgronden kunnen hun strategie hierop afstemmen. Door te anticiperen weet u uitdagingen om te buigen in kansen. Kansen voor betere ondernemingsresultaten en meer vertrouwen van klanten, investeerders, medewerkers en de samenleving als geheel.
De toezichthouder legt pensioenfondsen striktere wet- en regelgeving op. Zo is per 1 januari 2007 Pensioenwet in werking getreden met het ingebedde nieuw Financieel Toetsingskader (FTK). Ook de regels voor Pension Fund Governance (PFG) en medezeggenschap voor gepensioneerden. Tenslotte zijn de communicatieverplichtingen fors toegenomen. Deelnemers van pensioenfondsen moeten aantoonbaar begrijpelijke informatie krijgen over hun pensioen en verder zal er ook explicieter moeten worden gecommuniceerd over de indexatie via het nieuwe indexatielabel.
De invoering van het FTK leidt ertoe dat voor de vaststelling van de solvabiliteitspositie de pensioenverplichtingen op marktwaarde moeten worden gewaardeerd. Ook de accountingrichtlijnen IAS19, RJ271 en FAS87 gaan van een marktwaardebenadering uit. Maar ten opzichte van het FTK zijn er enkele belangrijke verschillen, zoals de te hanteren marktrente en de behandeling van indexatie en de toekomstige salarisstijgingen. Deze ontwikkelingen hebben grote gevolgen voor de waardering van pensioenverplichtingen. Dit kan effect hebben op uw balans en winst- en verliesrekening. Op basis van inzicht in de verslaggevingregels, pensioenregelingen en de financiering ervan kunt u beoordelen of een strategiewijziging nodig is.
De invoering van pension fund governance is vanaf 1 januari 2008 verplicht. Pensioenfondsen hebben de mogelijkheid om de principes op hun eigen situatie af te stemmen. Toch blijkt de invoering er van, die in theorie niet zo ingewikkeld lijkt, in de praktijk tot grote problemen te kunnen leiden. Een van de belangrijkste en moeilijkst bereikbare aspecten hierbij is de vereiste cultuurverandering en het overleg met interne organen. Daarbij is de verhouding tussen de Deelnemersraad en het Verantwoordingsorgaan een punt van aandacht omdat deze organen op elkaar lijken en in de voorgestelde principes zit behoorlijk wat overlap tussen deze organen. Aan de inrichting van pension fund governance in praktijk zal dan ook veel tijd moeten worden besteed, waarbij alle stakeholders moeten worden betrokken.
Kwaliteitsverbetering is noodzakelijk geworden om te kunnen voldoen aan de steeds hogere eisen van premiebetalers, toezichthouders en de samenleving als geheel. De enorme bedragen die met pensioenen zijn gemoeid, de financiële en operationele risico’s en de toename van de noodzakelijke investeringen in administratieve en andere systemen vereisen meer effectiviteit van de pensioenuitvoering. Uitbesteding is een veel toegepaste manier om van de professionaliteit en schaalgrootte van pensioenuitvoerders en vermogensbeheerders te profiteren. Echter de aansturing van externe dienstverleners vraagt ook inkoopkracht en een professionele aansturing van het bestuur. Ieder pensioenfondsbestuur zal deze competenties zelf moeten hebben of op een andere manier moeten organiseren.
Door de invoering van de Europese Pensioenfondsen Richtlijn heeft Nederland een eerste, belangrijke stap gezet op weg naar een Europese markt voor pensioenfondsen en pensioenregelingen. De regering werkt nu aan de verdere vertaling van de richtlijn naar Europese pensioenfondsen, in de vorm van een Algemene Pensioeninstelling. Echte eenheid in de Europese behandeling van pensioenen is er echter nog niet: sociale zekerheid en belastingen zijn per land zeer verschillend geregeld. Toch is het van belang dat de Nederlandse regering meer haast maakt met het aanpassen van wetgeving en het invoeren van een goed vehikel voor een europees pensioenfonds want andere Europese landen, zoals België, Luxemburg en Ierland zitten intussen niet stil.