De prijs van vertrouwen

maandag 20 april 2009 | Door Peter van Mierlo

Gülbahar Tezel Als de financiële crisis ons íets leert, is het dat de rol van de overheid te klein was. Maar hoe groot moet die rol in de toekomst zijn?

Vertrouwen. Uiteindelijk is dat het belangrijkste fundament onder het kapitalisme. En dat vertrouwen is vorig jaar als sneeuw voor de zon verdwenen. Daarmee werden vooral overheden gedwongen een rol in te nemen die ze - in elk geval op deze schaal - nog nooit hadden gespeeld.

Dat de overheid móest ingrijpen, is een feit. De gevolgen waren anders te groot geweest voor het financiële systeem. Je kunt je afvragen of overheden niet eerder in de voorbijeanderhalf jaar hadden moeten ingrijpen. Die vraag zal in de toekomst nog wel eens gesteld worden.

Te kleine rol

De ultieme vraag die zich nu voordoet: hoe groot moet de rol van de overheid in een westerse economie zijn? Als de financiële crisis ons íets leert, is het dat de rol van de overheid te klein was. Anderzijds: het kapitalisme en de zich steeds verder terugtrekkende overheid hebben ons ongekende welvaart gebracht.

Opnieuw definiëren

Ongetwijfeld beïnvloedt de crisis de westerse gedachten over de rol van toezichthouders en kredietbeoordelaars, over bonusstelsels, over de verantwoording die banken en bedrijven dienen af te leggen en over hoe in een complexe wereld risicoprofielen inzichtelijk kunnen blijven. De uitdaging voor overheden is hun eigen rol opnieuw definiëren. Sleutelbegrippen hierbij: transparantie en duidelijkheid.

Nieuw evenwicht

Waar het nieuwe evenwicht tussen markt en overheid komt te liggen, zal zich in de komende periode wel uitkristalliseren. Vast staat dat de politiek de maatschappelijk aanvaardbare prijs voor vertrouwen bepaalt. Die prijs zal - aanzienlijk - hoger komen te liggen dan in het verleden. En gezien de huidige ervaringen is dat misschien maar goed ook.

- Peter van Mierlo is werkzaam bij PricewaterhouseCoopers als managing partner Transactions Grou.