Vaste onbelaste kostenvergoeding moet zijn onderbouwd

augustus 2007

Veel werkgevers betalen hun werknemers een onbelaste vaste kostenvergoeding voor kleinere, regelmatig voorkomende zakelijke kosten. Op grond van wet- en regelgeving kan deze vergoeding alleen onbelast worden uitbetaald indien de vergoeding per kostensoort naar aard en veronderstelde omvang is gespecificeerd. Daarnaast moet een werkgever de vaste onbelaste kostenvergoedingen op verzoek van de belastingdienst kunnen onderbouwen bij een steekproefsgewijs onderzoek. Uit een recente uitspraak van Hof Amsterdam is weer eens het belang van een correcte onderbouwing van de onbelaste vaste kostenvergoedingen gebleken.

De werkgever in deze zaak verstrekt aan een aantal werknemers een onbelaste vaste kostenvergoeding van € 1,36 per werkdag. De vergoeding kan worden opgesplitst in een vergoeding voor kosten van consumpties tijdens werktijd (€ 0,54) en voor interne representatiekosten (€ 0,82). De vergoeding voor consumpties tijdens werktijd is geaccepteerd. Voor de vergoeding van interne representatiekosten is door de belastingdienst een gebruteerde naheffingsaanslag opgelegd met een boete van 10% omdat deze vergoeding niet door middel van een specificatie naar aard en omvang per kostensoort is onderbouwd. De werkgever gaat naar aanleiding hiervan in beroep bij de rechtbank.

Rechtbank Haarlem geeft de werkgever gedeeltelijk gelijk. De interne representatiekosten zijn weliswaar niet naar aard en omvang per kostensoort gespecificeerd maar naar redelijke schatting kan volgens de rechtbank een bedrag van € 0,10 toch onbelast worden vergoed omdat de werknemers zich redelijkerwijs niet kunnen onttrekken aan bijdragen voor attenties ter gelegenheid van huwelijken, geboorten en dergelijke. Volgens de rechtbank is er ook voor brutering geen plaats. De inspecteur gaat in hoger beroep tegen deze uitspraak.

In hoger beroep wordt de inspecteur door Hof Amsterdam in het gelijk gesteld. Het hof concludeert dat de vaste kostenvergoeding niet voldoet aan de wettelijke eis dat de vergoeding naar aard en omvang per kostensoort is gespecificeerd. De werkgever is niet in staat om hiervoor enig (schriftelijk) bewijs te overleggen. De gehele vergoeding voor de interne representatiekosten moet worden belast, ook het deel dat de rechtbank onbelast had gelaten.

Ook de toepassing van het gebruteerde tabeltarief en de opgelegde boete van 10% blijven in stand.

Bron: uitspraak Gerechtshof Amsterdam d.d. 11-7-2007, 06/00293





Zoeken in publicaties
Contactinformatie
EBTC Nieuwsbrief
Tel: +31 (0)10 407 65 91

© 2007-2008 PricewaterhouseCoopers. All rights reserved. PricewaterhouseCoopers refers to the network of member firms of PricewaterhouseCoopers International Limited, each of which is a separate and independent legal entity.
Accessibility information Skip navigation Countries online