Pensioen in eigen beheer

Pensioen in eigen beheer

Op 60 jarige leeftijd heeft men recht op een AOV-uitkering. In 2006 bedraagt de maandelijkse uitkering 554 gulden per maand. Dit is geen vetpot voor een gepensioneerde. Het is daarom raadzaam om tijdens het werkzame leven pensioen op te bouwen, als aanvulling op de AOV-uitkering. Sommige werknemers bouwen pensioen op via hun werkgever. Ook is het mogelijk om zelf te sparen voor het pensioen, bijvoorbeeld door bij een verzekeringsmaatschappij een lijfrenteverzekering af te sluiten. Premies voor een dergelijke lijfrente zijn tot een bedrag van maximaal 1.000 gulden per jaar aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Voor mensen die op de loonlijst staan van een N.V. of B.V. en bovendien tenminste voor 10% aandeelhouder zijn in deze vennootschap is er nog een andere mogelijkheid: een pensioen in eigen beheer opbouwen. In de praktijk wordt deze mogelijkheid vooral benut door directeuren/aandeelhouders van een vennootschap.

Een pensioen in eigen beheer houdt in dat de werkgever (de vennootschap) de pensioenpremies voor de werknemer (de directeur/aandeelhouder) niet afdraagt aan een verzekeringsmaatschappij, maar in haar eigen bedrijf geld reserveert om het pensioen te zijner tijd te kunnen uitbetalen. Hier is meteen één belangrijk voordeel van het in eigen beheer houden genoemd: de vennootschap kan over de gelden blijven beschikken, die anders bij een verzekeringsmaatschappij zouden zijn afgestort. Met andere woorden, het is gunstig voor de liquiditeitspositie van het bedrijf. Maar nadelen zijn er ook. Zo is het mogelijk dat de vennootschap waarin het geld voor het pensioen van de directeur is gereserveerd, failliet gaat. Ook het gespaarde pensioengeld wordt in het faillissement betrokken en dit kan ertoe leiden dat de directeur zijn pensioen in rook ziet opgaan. Dit soort risico’s is echter wel te beperken. Deskundig advies is hierbij onontbeerlijk. Een pensioen in eigen beheer is niet alleen mogelijk voor het ouderdomspensioen van de directeur zelf. Er kan ook worden gespaard voor een partnerpensioen, een wezenpensioen en een invaliditeitspensioen. Het is niet zo dat een directeur/aandeelhouder helemaal vrij is om te bepalen welk pensioen hij te zijner tijd wil ontvangen vanuit zijn vennootschap. Ook de vennootschap kan niet naar eigen inzicht bepalen welke bedragen zij jaarlijks reserveert voor de pensioentoezegging tegenover de directeur. De wet schrijft een aantal ‘spelregels’ voor die in acht moeten worden genomen. Het niet in acht nemen van deze regels kan overigens zeer vervelende fiscale gevolgen hebben. Eén van de regels is dat het pensioen uiterlijk op 65-jarige leeftijd dient in te gaan. Een pensioen dat ingaat vóór het bereiken van de 55-jarige leeftijd van de directeur is niet toegestaan. Ook is er een maximum gesteld aan de omvang van het pensioen dat in eigen beheer mag worden opgebouwd. Dit maximum is 70% van het zogenaamde pensioengevend loon. Deze 70% mag in beginsel worden gebaseerd op het laatstverdiende salaris. Daarbij moet nog wel rekening worden gehouden met het feit dat vanaf 60-jarige leeftijd een AOV-uitkering wordt ontvangen. Onder pensioengevend loon wordt niet alleen verstaan het bruto maandsalaris. Ook over andere loonbestanddelen kunnen in principe pensioenrechten worden opgebouwd. Te denken valt bijvoorbeeld aan een 13de maanduitkering en het vakantiegeld. Een voordeel in natura bestaande uit het mogen rijden in een auto van de zaak kan onderdeel uitmaken van het pensioengevend loon. Zoals gezegd bedraagt het maximale pensioen 70%. Niet altijd kan aanspraak worden gemaakt op deze 70%. De wet bepaalt namelijk dat voor ieder gewerkt jaar 2% pensioen mag worden opgebouwd. Dus deze 70% wordt alleen maar bereikt als de directeur minimaal 35 jaar werkt voor zijn vennootschap. Bij bijvoorbeeld 20 dienstjaren mag het pensioen 60% bedragen van het laatstverdiende salaris. Overigens is er in specifieke omstandigheden een uitzondering op deze regel mogelijk. Een andere belangrijke regel die is voorgeschreven houdt in dat een directeur niet zomaar zijn opgebouwde pensioenrechten mag prijsgeven, omdat hij bij nader inzien geen behoefte heeft aan een pensioenuitkering. Ook kan hij zijn pensioen niet belastingvrij afkopen. De vennootschap moet ervoor zorgen dat zij jaarlijks voldoende geld reserveert om op het moment dat de directeur met pensioen gaat de uitkeringen te kunnen betalen. Omdat deze reservering in mindering kan worden gebracht op de belastbare winst van de vennootschap, is het begrijpelijk dat de fiscus grenzen stelt aan de omvang van deze reserveringen. Het bepalen van deze bedragen is een complexe aangelegenheid waarbij de hulp van een belastingadviseur of actuaris noodzakelijk is.

Voorbeeld
Een op Curaçao gevestigde vennootschap zegt aan haar directeur/aandeelhouder een pensioen toe. De directeur is 40 jaar en werkt al 15 jaar bij de vennootschap. Zijn echtgenote is 36 jaar. Op 60-jarige leeftijd wil de directeur met pensioen. Hij heeft nog niets geregeld voor zijn oudedagsvoorziening. Zijn salaris bedraagt 100.000 gulden per jaar. De directeur vraagt zich af welk pensioen hij zou kunnen opbouwen binnen zijn vennootschap, uitgaande van een gelijkblijvend salaris tot pensioendatum. Daarnaast wil hij weten welk bedrag hij eind 2006 ten laste van het resultaat van de vennootschap moet brengen als reservering voor de toekomstige pensioenuitkeringen, inclusief een nabestaandenpensioen voor zijn echtgenote.
Uitwerking
De directeur kan het maximaal toegestane pensioen opbouwen van 70% over 35 dienstjaren. Dit pensioen bedraagt bij een laatstverdiend salaris van 100.000 gulden ongeveer 64.600 gulden. Bij deze berekening is rekening gehouden met de (huidige) AOV-uitkering die hij daarnaast vanaf 60-jarige leeftijd ontvangt. De voorziening die de vennootschap eind 2006 op haar balans moet treffen bedraagt op basis van de fiscaal toegestane rekenregels ruim 210.000 gulden. Indien nog geen voorziening is gevormd mag het gehele bedrag van ruim 210.000 gulden als aftrekpost worden genomen voor de berekening van de fiscale winst.

*Artikel is verschenen in de Napa, zaterdagbijlage van de Amigoe


Contacts
mr Lennart F. Huijsen
Netherlands Antilles
Tel: +5999 430 0006
Fax: +5999 461 1119

© 2008 PricewaterhouseCoopers. All rights reserved. PricewaterhouseCoopers refers to the network of member firms of PricewaterhouseCoopers International Limited, each of which is a separate and independent legal entity.
Accessibility information Skip navigation Countries online