Fiscale Boetes

Belasting betalen vindt niet iedereen leuk en boetes al helemaal niet. Zolang er belastingen bestaan zijn er mensen geweest die zich aan de heffing daarvan willen onttrekken. Toch is het van groot belang dat de belastingwetten worden nageleefd. Zonder belastingopbrengsten kan een overheid immers niet goed functioneren. De belastingdienst heeft dan ook een ruime bevoegdheid om boetes op te leggen. De Inspecteur kan zonder strafrechtelijke procedure en zonder tussenkomst van de rechter een sanctie opleggen aan burgers die hun fiscale verplichtingen niet nakomen. Van deze mogelijkheid wordt door de belastingdienst gebruik gemaakt. Boetes die door een bestuursorgaan (zoals de belastingdienst) worden opgelegd noemen we administratieve boetes. In de Nederlandse Antillen worden doorgaans hogere boetes opgelegd dan in Nederland. Belastingplichtigen die het heel erg bont maken kunnen ook strafrechtelijk worden vervolgd, hetgeen kan leiden tot een strafrechtelijke veroordeling waarbij geldboetes of zelfs gevangenisstraffen kunnen worden opgelegd. Hierover beslist de strafrechter en niet de Inspecteur. Een belastingplichtige die het niet eens is met een opgelegde boete door de Inspecteur kan zijn zaak voor de belastingrechter brengen. De rechter beslist dan uiteindelijk of een boete terecht is opgelegd of niet.

Het belastingrecht kent verzuimboetes en vergrijpboetes. Een verzuimboete kan bijvoorbeeld worden opgelegd als een belastingplichtige zijn aangifte inkomstenbelasting niet heeft gedaan, of wanneer hij zijn aangifte te laat heeft ingediend. Omdat het wenselijk wordt geacht dat iemand die per ongeluk één keer zijn aangifte te laat indient niet op gelijke wijze wordt bestraft als iemand die elk jaar de inlevertermijn aan zijn laars lapt, wordt er gewerkt met een zogenaamde verzuimenreeks: hoe vaker je in de fout gaat, hoe hoger de boete. Verzuimboetes worden doorgaans opgelegd om het gedrag van de belastingplichtigen in te scherpen. De Minister van Financiën heeft begin dit jaar besloten om deze verzuimboeten flink te matigen en wel met terugwerkende kracht tot 1 januari 2005. Reden was onder meer dat de opgelegde boeten in de praktijk toch als erg hoog werden ervaren. De Inspecteur heeft de mogelijkheid om boetes te matigen in concrete gevallen. Dit kan bijvoorbeeld bij verzachtende omstandigheden. Ook indien er een wanverhouding bestaat tussen de ernst van het feit en de opgelegde boete kan er reden zijn voor de Inspecteur om de boetes te matigen.

Naast de verzuimboetes kennen we de vergrijpboetes. Bij vergrijpboetes gaat het niet alleen om de vraag of iemand al dan niet tijdig zijn fiscale verplichtingen is nagekomen, er moet ook sprake zijn van verwijtbaar gedrag. Dit komt tot uitdrukking in de voorwaarde dat de belastingplichtige door grove schuld of met opzet onjuist heeft gehandeld. Het spreekt voor zich dat het opleggen van met name vergrijpboetes door de fiscus aan strenge regels is gebonden. De hoogte van de boete is gekoppeld aan het bedrag dat te weinig aan belasting is betaald. De maximale boete is gelijk aan het bedrag van de te weinig betaalde belasting (een boete van 100% derhalve). Echter, als er geen sprake is van recidive of een ernstige en omvangrijke fraude, bedraagt de boete maximaal 25% ingeval van grove schuld en 50% als er opzettelijk te weinig belasting is betaald.

Ook zijn er regels voor de situatie dat er meerdere boetes -voor verschillende belastingen- worden opgelegd die te maken hebben met hetzelfde vergrijp. Een belastingplichtige kan verweer voeren tegen een opgelegde vergrijpboete. Indien er sprake is van afwezigheid van alle schuld bij de belastingplichtige dient de boete in beginsel te vervallen. Ook indien de belastingplichtige een pleitbaar standpunt heeft voor zijn handelen, dient in beginsel geen boete te worden opgelegd.

Voorbeeld 1
Een inwoner van Curaçao dient zijn aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2005 pas in november 2006 in bij de belastingdienst. Hij had dit normaliter voor 1 juli 2006 moeten doen. In eerdere jaren heeft hij zijn aangiften steeds keurig op tijd ingediend. Stel dat het hem ook niet lukt om zijn aangifte over het jaar 2006 en de daaropvolgende jaren tijdig in te dienen. Wat kunnen de gevolgen zijn?

Uitwerking
Omdat het de eerste keer is dat hij de aangifte te laat indient (eerste verzuim), kan de Inspecteur hem een boete van 250 gulden opleggen voor het belastingjaar 2005. Vóór
1 januari 2005 bedroeg deze boete voor een eerste verzuim nog 500 gulden.
Voor het feit dat de aangifte over 2006 te laat is ingediend kan een boete worden opgelegd van 500 gulden (tweede verzuim). Deze boete voor een tweede verzuim bedroeg in de oude regeling nog 1.500 gulden. Indien het deze inwoner van Curaçao ook de daaropvolgende jaren niet lukt om de aangiften op tijd in te dienen, dan bedraagt de boete voor het derde verzuim 1.000 gulden en voor het vierde of volgende verzuim 1.500 gulden. Vóór 1 januari 2005 bedroeg de boete voor een derde of volgend verzuim maar liefst 2.500 gulden. Een afzonderlijke boete voor een vierde verzuim bestond in de oude regeling niet. De Inspecteur heeft echter ook nog een maximale boete achter de hand van 2.500 gulden; deze boete mag worden opgelegd aan belastingplichtigen die ‘stelselmatig’ hun aangiften te laat indienen. De Inspecteur kan geen verzuimboete opleggen indien de opgelegde aanslag nihil is of leidt tot teruggave van belasting, bijvoorbeeld omdat sprake is van teveel ingehouden loonbelasting.

Voorbeeld 2
Een inwoner van Curaçao heeft in 2005 bedrijfsmatig een aantal onroerende zaken verhuurd. De opbrengst bedroeg 40.000 gulden. In 2005 had hij geen aftrekbare kosten met betrekking tot deze onroerende zaken. De opbrengst is niet aangegeven in zijn aangifte inkomstenbelasting. Ook doet hij geen aangifte voor de omzetbelasting. Wat kunnen de gevolgen zijn?

Uitwerking
De Inspecteur meent dat sprake is van verzwegen inkomsten en legt een aantal jaren later aan deze inwoner van Curaçao een navorderingsaanslag inkomstenbelasting op. Naast de aanslag voor niet betaalde belasting wordt een vergrijpboete opgelegd. De Inspecteur stelt zich op het standpunt dat opzettelijk een te lage aangifte is ingediend en legt een forse boete op van 50% over 20.000 gulden, ofwel 10.000 gulden. Omdat de inwoner van Curaçao geen omzetbelasting heeft afgedragen over de huuropbrengsten, wordt deze omzetbelasting nageheven (5% over 40.000 gulden is 2.000 gulden). Hiervoor kan de Inspecteur een boete opleggen van 50% over 2.000 gulden, ofwel 1.000 gulden.
Omdat de boete over de inkomstenbelasting en de omzetbelasting in feite betrekking hebben op hetzelfde feitencomplex, geldt de regel dat de hoogste boete wordt gehandhaafd (de boete inkomstenbelasting) en dat de andere boete (omzetbelasting) wordt verminderd tot de helft. De totale boete bedraagt dus 20.000 + 500 = 20.500 gulden.


Contacts
mr Lennart F. Huijsen
Netherlands Antilles
Tel: +599 9 430 0006
Fax: +599 9 461 1119

© 2008 PricewaterhouseCoopers. All rights reserved. PricewaterhouseCoopers refers to the network of member firms of PricewaterhouseCoopers International Limited, each of which is a separate and independent legal entity.
Accessibility information Skip navigation Countries online