- Wat is er mis met het Nederlandse pensioenstelsel?
- Is een Algemene Pensioeninstelling (API) een oplossing voor de problemen?
- Welke plannen heeft het kabinet met het Nederlandse pensioenstelsel?
- Wat is de toegevoegde waarde van een API-light?
- Wat is het effect op kleinere ondernemingspensioenfondsen als de API er niet komt?
- Wat doen multinationals als de API er niet komt?
- Wat doet PwC voor pensioenfondsen?
- Wat is er mis met het Nederlandse pensioenstelsel?
Nederland dreigt zijn vooraanstaande positie als aantrekkelijk pensioenland te verliezen. We zijn namelijk wettelijk nog helemaal niet toegerust op de vrije markt voor pensioenfondsen in Europa die in 2005 door een Europese richtlijn is mogelijk gemaakt. Het gevolg? We dreigen de concurrentieslag te verliezen van landen als Luxemburg, Ierland en België. Die hebben inmiddels namelijk aantrekkelijke pensioenvehikels opgericht waarmee ze de internationale pensioenmarkt op zijn gegaan.
Daarnaast komen in eigen land de kleinere pensioenfondsen in de problemen omdat ze steeds vaker niet meer kunnen voldoen aan de steeds strenger wordende eisen op het gebied van wet- en regelgeving, toezicht en governance.
- Is een Algemene Pensioeninstelling (API) een oplossing voor de problemen?
De API kan, mits goed vormgegeven, een bijdrage leveren aan het oplossen van de problemen. Een API maakt het namelijk mogelijk om in alle landen van de EU te werken, terwijl er toch rekening wordt gehouden met de verschillen in Europese fiscale en sociale zekerheidsstelsels. Dat kan doordat een API haar organisatie in compartimenten kan verdelen, waardoor de administratie van de deelnemers uit de verschillende landen gescheiden blijft. De ingelegde premies kunnen echter wel worden samengevoegd, zodat er gezamenlijk belegd kan worden. Op deze manier kan bijvoorbeeld een Amerikaanse multinational die in verschillende Europese landen is gevestigd zijn internationale pensioenregelingen bundelen en onderbrengen in Nederland.
Een API maakt het ook makkelijker voor kleinere en middelgrote pensioenfondsen om te fuseren om zo efficiënter te kunnen werken. Ze krijgen zo meer schaalgrootte. Verder kent een API een professioneel bestuur, zodat individuele pensioenfondsen zelf niet alle deskundigheid en capaciteit hoeven leveren. Met een API kunnen ze de krachten bundelen, terwijl ze hun eigenheid behouden.
- Welke plannen heeft het kabinet voor een nieuwe Nederlandse pensioenuitvoerders?
Nederland wil op den duur ook een API die zowel DC-regelingen (Defined Contribution, beschikbare premieregelingen) als DB-regelingen (Defined Benefit, toegezegd pensioenregelingen) kan uitvoeren. Maar volgens het kabinet is dat op korte termijn te lastig om te regelen.
Het wil daarom het wetgevingsproces in drie fases laten verlopen:
- Het komt nu eerst met een wetsvoorstel voor een PPI, oftewel een Premiepensioeninstelling. Dit is een ‘API-light’ alleen voor DC-regelingen. De PPI zou het pensioenvehikel moeten worden waarmee Nederland al op korte termijn de internationale concurrentie op pensioengebied moet aangaan. Maar het is zeer de vraag of het met deze ‘API light’ gaat lukken.
- In de tweede fase wil het kabinet onderzoeken op welke manier de bestaande pensioenwetgeving zodanig kan worden aangepast dat nauwe samenwerking tussen pensioenfondsen mogelijk wordt. De twee belangrijkste obstakels in de huidige wetgeving zijn de domeinafbakening en het uitgangspunt dat een pensioenfonds één financieel geheel moet vormen.
- In de derde fase wordt een API voor DB-regelingen onderzocht. Dit onderdeel is het meest complex omdat er dan besluiten moeten worden genomen over het toepasselijke toezichtregime en de solvabiliteitseisen.
- Wat is de toegevoegde waarde van een API-light?
Beleggingsfondsen krijgen dankzij een PPI toegang tot de pensioenmarkt. Het wordt mogelijk om de DC-regelingen van één onderneming die in verschillende EU-landen werkt te bundelen. De PPI is alleen bedoeld voor de uitvoering van zuivere DC-regelingen (defined contribution, beschikbare premieregelingen). Bij DC-regelingen verplicht een werkgever zich alleen tot het betalen van een bepaalde premie. Het risico van tegenvallende beleggingsopbrengsten ligt dan niet bij de werkgever, maar bij de deelnemer.
Het idee achter het voorstel van het kabinet is dat DC-regelingen in het buitenland populair zijn, zodat Nederland ook zonder een volwaardige API de concurrentie al kan aangaan. Het is echter maar de vraag of de PPI veel toegevoegde waarde heeft. In een aantal voor Nederland belangrijke EU-landen zijn zuivere DC-regelingen namelijk niet zijn toegestaan. Vaak zijn die regelingen gebonden aan minimumrendement of –kapitaaleisen. Dat geldt bijvoorbeeld voor Duitsland, België en Frankrijk. De hybride regelingen die dan ontstaan, kan de PPI niet uitvoeren.
- Wat is het effect op kleinere ondernemingspensioenfondsen als de API er niet komt?
Zonder API kunnen kleinere en middelgrote ondernemingspensioenfondsen niet samenwerken. Als ze zouden kunnen samenwerken, kunnen ze reageren op de toegenomen eisen terwijl ze hun eigenheid behouden. Vooral de kleinere ondernemingspensioenfondsen hebben moeite om te voldoen aan alle verplichtingen die aan ze gesteld worden en komen deskundigheid op dat gebied tekort. Toch willen ze graag hun eigenheid behouden, zowel in financiële zin (de eigen dekkingsgraad) als in arbeidsvoorwaardelijke en sociale zin (de eigen pensioenregeling, betrokkenheid van werknemers en gepensioneerden). Nauwe samenwerking met andere pensioenfondsen in een API met een professioneel bestuur zou een oplossing zijn, maar volgens de huidige Pensioenwet is dat niet mogelijk. Mocht dat wel, dan zijn de problemen nog niet opgelost. Een fonds met een dekkingsgraad van 130 procent is namelijk niet zo maar bereid om deze positie te delen met een fonds dat bijvoorbeeld op 115 procent blijft steken. De compartimentering die de API biedt (‘ringfencing’), zou dit struikelblok wegnemen.
Nu de API er voorlopig niet komt, hebben kleine ondernemingspensioenfondsen die een andere uitvoeringsvorm zoeken maar één en soms twee opties.
- Ermee stoppen en de pensioenverplichtingen onderbrengen bij een verzekeringsmaatschappij.
- Als de onderneming actief is in een sector waar ook een bedrijfstakpensioenfonds is, kan het ook besluiten om er mee te stoppen en de pensioenverplichtingen onderbrengen in het bedrijfstakpensioenfonds. Hier kunnen echter forse kosten aan verbonden zijn.
- Wat doen multinationals als de API er niet komt?
Een aantal multinationals heeft gekozen voor landen als Luxemburg, Ierland en België die aantrekkelijke pensioenvehikels hebben opgericht waar ze de internationale pensioenmarkt mee op zijn gegaan. Een multinational die gevestigd is in verschillende EU-landen zal zijn internationale pensioenregelingen liever bundelen en onderbrengen in een van deze landen.
Verder kijken multinationals naar de mogelijkheden van asset pooling en insurance pooling. Bij asset pooling worden alleen de beleggingen gebundeld, via poolingconstructies. Voor dergelijke vehikels is met name het fiscale vestigingsklimaat van groot belang. Nederland kent hiervoor het Fonds voor Gemene Rekening. Luxemburg en Ierland kennen hiervoor ook aantrekkelijke vehikels. Daarnaast bestaat al langer de mogelijkheid van Insurance pooling. Daarbij worden bepaalde risico’s die verbonden zijn aan pensioenregelingen (overlijden, arbeidsongeschiktheid) via een netwerk van verzekeraars over de diverse landen heen gepooled.
- Wat doet PwC voor pensioenfondsen?
PwC heeft een sterke positie in de pensioenfondsensector en biedt de sector brede dienstverlening. Zo helpt PwC pensioenfondsen bij het maken van strategische keuzes. We hebben adviseurs op het gebied van pensioenen, actuariaat en verzekeringen. We beschikken over de juridische en fiscale know how in een wereldwijd netwerk. Meer weten over onze dienstverlening op het gebied van pensioenen? Aarzel niet en neem contact met ons op.
|
|