11th annual global CEO survey
View this page in:
Français
Slechts 44% van de West-Europese CEO’s heeft nog alle vertrouwen in toekomstige groei
het juiste personeel vinden en overdreven regulering zijn andere belangrijke bronnen van ongerustheid
DAVOS, Zwitserland – 22 januari 2008 – Het vertrouwen dat CEO’s hebben in de businessperspectieven gaat voor het eerst sinds PricewaterhouseCoopers’ 11de ‘Global CEO Survey’ van 2003 achteruit. Een wereldwijde recessie wordt door de CEO’s ervaren als de voornaamste bedreiging voor groei, zo blijkt. Een mogelijke negatieve economische groei is, in vergelijking met vorig jaar, de enige risicofactor die de CEO’s hoe langer hoe meer zorgen baart. Alle andere groeibelemmerende risico’s, waaronder energievoorziening, de klimaatverandering op aarde en de terreurdreiging, eindigden lager in de lijst van bedreigingen dan voordien. Overregulering (52% van de West-Europese CEO’s) en de beschikbaarheid van getalenteerd personeel (55% van de West-Europese CEO’s) zijn andere, hoog scorende risico’s. De resultaten van de bevraging werden vandaag bekendgemaakt tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van het World Economic Forum in het Zwitserse Davos.
Het percentage van CEO’s dat verklaart “het volste vertrouwen” te hebben in de omzetgroei die ze in de komende 12 maanden zullen realiseren, is met twee procentpunten gezakt in vergelijking met vorig jaar en ligt nu op 50%. Desondanks blijven de CEO’s bijna dubbel zoveel vertrouwen hebben als in 2003.
Het vertrouwen van de bedrijfsleiders gaat dus over het algemeen achteruit, maar de trend is wel het meest uitgesproken in Noord-Amerika, waar slechts 35% van de CEO’s bevestigt “het volste vertrouwen” te hebben in de groei-evolutie, tegenover 53% vorig jaar, meer dan een derde minder dus. Ook bij de West-Europese CEO’s is het vertrouwen tanend; het daalde met acht procentpunten naar 44%. Er zijn bovendien sterke verschillen in West-Europa. Zo hebben slechts 19% van de Italiaanse CEO’s het volste vertrouwen tegenover 28% in Frankrijk en 43% in het Verenigd Koninkrijk.
Het vertrouwen van CEO’s van bedrijven in de nieuw opkomende economieën (met name in Azië en het Stille-Oceaangebied, Latijns-Amerika en Midden- en Oost-Europa) is dan weer toegenomen naar plusminus 55%. Die opstoot qua vertrouwen is opvallend sterk in China en India, waar resp. 73% en 90% van de CEO’s verklaart “het volste vertrouwen” te hebben in de groeiperspectieven voor de komende 12 maanden.
Het is de eerste maal sinds PricewaterhouseCoopers 11 jaar geleden met de survey begon, dat uit de resultaten blijkt dat CEO's een negatieve economische groei als de belangrijkste bedreiging voor de toekomstige groei van hun activiteiten ervaren. In voorgaande jaren kwam overregulering steevast uit de bus als voornaamste bezorgdheid voor ondernemers. Terrorisme en de dreiging van een pandemie, eerder nog toppers onder de risico’s die CEO’s bezighouden, worden nu slechts door resp. 31% en 28% van de bevraagden vermeld.
"De kredietcrisis en de vertraging in de Westerse economieën hebben een duidelijk merkbare vertrouwensbreuk veroorzaakt tussen CEO’s overal in de wereld”, legt Samuel DiPiazza, Global CEO van PricewaterhouseCoopers, uit. “Het gevaar van een negatieve groei die zou kunnen omslaan in een recessie is reëel bij CEO’s in gevestigde economieën zoals de Verenigde Staten en West-Europa. In de nieuw ontluikende economieën blijft het vertrouwen gestadig toenemen, misschien doordat men er de voorbije tien jaar en meer enkel een snelle expansie heeft gekend.”
Andere opvallende resultaten:
- Onze competitieve voordelen
Voor West-Europese CEO’s zijn technologische innovatie (voor 21%) en dienst na verkoop (voor 18%) hun voornaamste competitieve voordelen. Maar ook in Azië en Latijns-Amerika wordt technoIogische innovatie beschouwd als het belangrijkste competitief voordeel. In Noord-Amerika is dat dan weer de toegang tot en het behoud van sleuteltalenten.
- Voortwoedende strijd om talent
De strijd om talent binnen te halen blijft voor ongerustheid zorgen bij CEO’s. Algemeen genomen beschouwt meer dan twee derde van alle CEO’s – 85% in Noord-Amerika – de tijd besteed aan personeelsaspecten als het meest nuttig.
Volgens de CEO’s hebben hun ondernemingen de meeste moeite om personen te vinden die zowel technische kennis als zakelijke vaardigheden combineren met werkervaring en talent in het leiding nemen. Specifieke HR-zorgen die West-Europese CEO’s belemmerden om hun doelstellingen te halen, waren het gebrek aan motivatie of engagement van hun middle management om groei te stimuleren (49%), het gebrek aan ervaring en talent om veranderingen door te voeren bij hun senior management (49%), en het gebrek aan samenwerking over de functies heen, opnieuw vanuit de wens om veranderingen door te voeren (49%).
Verandering is inderdaad belangrijk. Als de vraag gesteld wordt naar de doorgevoerde veranderingen de voorbije drie jaar, blijken dat er heel wat te zijn. Concreet voerde 67% West-Europese bedrijven belangrijke besparingsprogramma’s door, nam 67% programma’s voor kwaliteitsverbetering in gebruik, implementeerde 70% nieuwe technologie, voerde 76% nieuwe bedrijfsprocessen door, en vernieuwde 78% zijn bedrijfsstrategie.
"Bedrijfsleiders overal in de wereld hechten er groot belang aan voor hun bedrijf de juiste mensen binnen te halen", aldus DiPiazza. “Ondanks alle andere zaken die hen dagdagelijks bezig houden, komen de CEO’s hoe langer hoe meer tot het inzicht dat het succes van hun organisatie grotendeels afhangt van de vraag of de mensen die ze in dienst nemen beschikken over een evenwichtige combinatie van vaardigheden, zowel qua technisch kunnen, commerciële aanleg als op managementvlak”, aldus DiPiazza.
- Aanpak klimaatverandering vereist overheidsinterventie
Ondanks de openbare belangstelling voor de problematiek van de opwarming van de aarde verklaart slechts 34% van de CEO’s wereldwijd zich zorgen te maken over de klimaatverandering (ten opzichte van 40% vorig jaar) en verklaren de andere bevraagden dit niet te beschouwen als een bedreiging voor hun activiteiten. In slechts 37% van de gevallen zet de onderneming aanzienlijke middelen in om de risico’s en opportuniteiten op het gebied van klimaatverandering aan te pakken. Opvallend is wel dat vier vijfde van de CEO’s wijst op de noodzaak van meer overheidsmaatregelen om de emissies te doen dalen, ook al druist dit in tegen de eerder genoemde vrees voor overregulering. De roep om meer overheidsinterventie is het grootst bij CEO’s uit de regio Azië en het Stille-Oceaangebied (90%), ergens in het midden voor de West-Europese CEO’s (76%) en het kleinst in Noord-Amerika (64%). 59% van de West-Europese CEO’s is met name bezorgd om de stijgende energiekosten als gevolg van de globale opwarming.
De CEO’s spraken zich ook uit voor meer samenwerking om de effecten van de klimaatverandering te verlichten. Algemeen genomen is 73% van de CEO’s er voorstander van dat ondernemingen beter samenwerken met andere spelers binnen hun sector en met hun zakenpartners om op die manier iets te doen op het vlak van klimaatverandering.
- Overregulering minder bedreigend
In vorige jaren zagen de CEO’s reglementering zoals de Sarbanes-Oxleyvoorschriften nog als de voornaamste bron van ongerustheid. Het gevaar van overregulering lijkt nu wat minder zwaar door te wegen voor de bevraagde CEO’s, maar staat niettemin nog in de top drie. Overregulering wordt door 59% van de bevraagden vermeld, wat minder is dan de 73% uit de survey van vorig jaar. 53% van de West-Europese CEO’s vindt dat de overheid moet zorgen voor een convergentie van belastingen en regulering.
- Bestaande markten, nieuwe producten als sleutel tot kortetermijngroei
De bezorgdheid rond de wereldeconomie heeft ook gevolgen voor de uitbreidingsplannen van de bedrijfsleiders voor het komende jaar. De CEO’s komen hoe langer hoe meer tot het inzicht dat hun kansen voor kortetermijngroei stijgen naarmate ze er beter in slagen bestaande markten te penetreren of nieuwe producten te ontwikkelen, en dat fusies en overnames of geografische expansie in dat opzicht in mindere mate cruciaal zijn. Net als vorig jaar zijn de CEO’s in sterke mate voorstander van financiering van hun toekomstige groei door middel van eigen middelen, eerder dan externe bronnen zoals kredietverschaffers of de aandelenmarkt te moeten aanboren.
- Goede vooruitzichten voor fusies en overnames (M&A) in 2008
Globaal zegt 33% van de West-Europese CEO’s het komende jaar minstens één grensoverschrijdende fusie of overname te plannen, vooral dan in West of Oost-Europa. De interesse in Oost-Europa groeide hierbij met 15 procentpunten. 36% van de West-Europese CEO’s denkt dat fusies en overnames de volgende drie jaar een grotere rol zullen spelen in de groei van hun bedrijfsgebeuren. Voor 24% van deze bevraagden zullen joint-ventures en strategische allianties een grotere rol gaan spelen.
Wat de belemmeringen betreft die zich bij een M&A-activiteit stellen, zijn de koplopers cultuurgebonden kwesties (voor 47% van de West-Europese CEO’s) en het verzilveren van de verwachte waarde van de transactie (voor 42%). Andere stijgers in de lijst van moeilijkheden bij grensoverschrijdende fusie- en overnameverrichtingen zijn politieke bemoeienissen of tegenwerking en eventueel verzet tegen de aanwezigheid van buitenlandse bedrijven op de lokale markten.
PricewaterhouseCoopers ( www.pwc.com ) levert sectorgerichte diensten op het vlak van audit, fiscaliteit en adviesverlening om het publieksvertrouwen te versterken en extra waarde voor cliënten en hun stakeholders te creëren. Meer dan 140.000 mensen in de 149 landen waarin ons netwerk is ontplooid, delen hun ideeën, ervaring en oplossingen om tot nieuwe gezichtspunten te komen en praktisch advies te geven.
'PricewaterhouseCoopers' verwijst naar het netwerk van firma’s die deel uitmaken van PricewaterhouseCoopers International Limited. Elke firma is een afzonderlijke en onafhankelijke juridische entiteit.
Informatie voor de redacties:
Voor de survey gehanteerde methodologie
Aan de 11e ‘Annual Global CEO Survey’ van PricewaterhouseCoopers namen 1 150 CEO’s in 50 landen deel. Concreet waren dat er 454 in West-Europa, 277 in Azië en het gebied rond de Stille-Oceaan, 136 in Latijns-Amerika, 130 in Noord-Amerika, 86 in Midden- en Oost-Europa en 37 in het Midden-Oosten en Afrika.