Ondanks onze collectieve indruk dat we hoge belastingen betalen in dit land, valt deze dag al na 5 maanden en 9 dagen.
Brussel, 9 juni 2006 - Tax Freedom Day valt in België dit jaar op 10 juni. Dat heeft PricewaterhouseCoopers in samenwerking met de K.U.Leuven uitgerekend. Tax Freedom Day is de dag waarop een natie en haar belastingplichtigen voor dat jaar hebben voldaan aan alle vormen van belastingen. Tot en met vandaag hebben we met andere woorden voor de Staat gewerkt; vanaf morgen, 10 juni, werken we voor onszelf. Het is de dag bij uitstek om stil te staan bij het hoe en waarom van belastingen, en om te kijken naar wat al bereikt is op het vlak van het fiscale beleid en wat nog beter kan.
De berekeningsformule
Tax Freedom Day werd uitgerekend door de totale, door alle belastingbetalers betaalde belastingen te zien als een (gemiddeld) percentage van het individuele inkomen. Het gaat dan over alle directe en indirecte belastingen die worden geheven door alle overheidsniveaus: federaal, regionaal en lokaal. Er wordt geen rekening gehouden met de contributies en retributies en dividenden van overheidsbedrijven zoals Belgacom, of met de verkoop van overheidsactiva. Alle belastingontvangsten van de overheid gedeeld door het bruto binnenlands product (BBP) komt neer op 44,2%. In dagen geteld en op een kalenderjaar geprojecteerd brengt dat Tax Freedom Day op 10 juni.
De samenstelling
De persoonlijke inkomstenbelasting is misschien de meest zichtbare belasting, toch zijn andere vormen zoals de indirecte belastingen en de bijdragen aan de sociale zekerheid minstens zo belangrijk. Deze drie vormen dragen elk met 30% bij aan het totale belastinginkomen. Directe belastingen op bedrijven (de vennootschapsbelasting) leveren de resterende 10%.
De belastingdruk in België is de op twee na hoogste in Europa. Enkel in Zweden en Denemarken betalen de inwoners nog meer. Maar hoe worden deze inkomsten besteed? En krijgt de Belg ‘waar voor zijn geld’?
De besteding
In België spendeert de federale overheid 40% van alle overheidsuitgaven. Het socialezekerheidsysteem is goed voor 30%. De regionale overheden beschikken over 20% van het totaal, en de lokale overheden over 10%.
Van alle overheidsuitgaven gaat 46% naar de gezinnen. Overheidsconsumptie, zoals de salarissen van ambtenaren, bedraagt 31% van de totale uitgaven. Investeringen in gebouwen en infrastructuur scoren eerder laag, namelijk 6% - terwijl de interesten op de overheidsschuld 9% van de totale overheidsuitgaven bedragen.
De overheid draagt vele verantwoordelijkheden: defensie, rechtspraak, integratie, sociaal vangnet, media enz. Op dit moment komen de totale uitgaven door alle overheidsniveaus neer op 50,8% van het BBP. Dat lijkt een enorm bedrag. Toch is het slechts 3% meer dan het gemiddelde van de twaalf landen in de Eurozone. Historisch gezien blijkt dat de publieke sector enkel in de eerste helft van de jaren ’70 minder uitgaf. Vanaf de eerste oliecrisis veranderde dit ingrijpend.
Het fiscale beleid
Het Belgische fiscale beleid heeft op nationaal en internationaal vlak sprongen voorwaarts gemaakt. De weg is nog niet volledig afgelegd en verbeteringen zijn mogelijk. PricewaterhouseCoopers zette in zijn studie naar aanleiding van de Tax Freedom Day alles op een rijtje.
De vennootschapsbelasting
Omdat België een klein land is, moet het Belgische fiscale beleid er enerzijds voor zorgen dat veelbelovende bedrijven in eigen land blijven terwijl het anderzijds buitenlandse investeerders naar België moet lokken. Dé grote verbetering op het vlak van vennootschapsbelasting is de aftrek van notionele interest. Financiering met eigen vermogen wordt met de aftrek van de notionele interest fiscaal gezien op dezelfde manier behandeld als financiering via leningen. Bedrijven mogen een fictieve rente op hun eigen vermogen van de belastbare winst aftrekken. Dit verlaagt de nominale vennootschapsbelasting van 33,99% tot een effectieve belastingvoet van gemiddeld 26%.
Wat de vennootschapsbelasting betreft, zijn nog verbeteringen mogelijk. De huidige standaard vennootschapsbelasting van 33,99% is niet slecht. Zeker niet als je ze vergelijkt met de 40,17% van vroeger. Hoewel de effectieve belastingvoet dankzij de notionele interest veel lager ligt, vergelijken bedrijven veelal de nominale vennootschapsbelasting vooraleer te beslissen in welk land ze zullen investeren. Een lagere nominale vennootschapsbelasting is dus aangewezen.
Een andere mogelijke verbetering is de afschaffing van de roerende voorheffing in het dubbelbelastingverdrag tussen België en de Verenigde Staten. Bronheffing maakt het betalen van vennootschapsbelasting in eigen land bijzonder complex voor Amerikaanse bedrijven doordat in de VS het systeem van belastingkredieten wordt toegepast. In Nederland en Groot-Brittannië wordt de 0%-bronheffing al met succes toegepast. Andere Europese landen volgen. België mag de boot niet missen.
Ook op het vlak van de ‘rulings’ (voorafgaande akkoorden die men kan sluiten in concrete dossiers over hoe de belasting precies geheven zal worden) is vooruitgang geboekt. De ‘rulingcommissie’ heeft meer bevoegdheden gekregen en engageert zich ook tot het nemen van een beslissing binnen de drie maanden. Bovendien is ruimte gecreëerd voor informeel overleg.
De indirecte belastingen
Sinds september 2005 kunnen BTW-plichtigen via het VATINTRA-systeem BTW-listings elektronisch indienen voor goederen binnen de EU. Dit leidt tot een substantiële vermindering van administratieve kosten. Bovendien kunnen BTW-plichtigen meerdere documenten op hetzelfde moment doorsturen - ook op het laatste nippertje - en hebben ze de zekerheid dat de documenten bij de administratie aankomen. Het systeem is heel gebruiksvriendelijk. De toelating om inkomende papieren documenten te scannen en de verplichte termijn voor het bijhouden van documenten te verkorten tot zeven jaar bespaart BTW-plichtigen een pak geld.
De behoefte aan een eenvoudig systeem in het domein van indirecte belastingen voor internationale bedrijven is groot. De Europese Commissie werkt op dit moment aan een optioneel gecentraliseerde BTW-compliance-jurisdictie (via een éénloketsysteem, d.w.z. door gebruik van één uniek BTW-nummer voor alle in de EU verrichte handelingen) en aan een hervorming van de BTW-regels voor diensten. Het BTW-stelsel voor verbruik zou een eenvoudig, begrijpbaar en vlot te beheren systeem moeten zijn, maar wegens tegenstand uit verschillende hoeken is dit niet altijd het geval. Er is een tendens van voortdurend strengere regels op het vlak van compliance, maar dat is een uitdaging voor de overheid om een inningsysteem te garanderen dat de belastinginkomsten ten goede komt.
De personenbelasting
De laatste 5 jaar zijn in België een paar aanmerkelijke verbeteringen op het vlak van personenbelasting gerealiseerd. De belangrijkste was de belastinghervorming. De belastingdruk op het particuliere inkomen werd verlaagd. De ongunstige maatregelen voor getrouwde koppels en mensen die wettelijk samenwonen werden weggewerkt. Er zijn nu ook belastingvoordelen voor families met kinderen of ouders ten laste. Ecologie en duurzame ontwikkeling worden fiscaal gestimuleerd.
België hanteert, zoals veel landen, een progressief belastingsysteem. Maar de progressiviteit gaat te snel. De eerste schijf start al met 25% en loopt daarna te steil op tot 50%. Zo zitten we bijvoorbeeld bij een inkomen vanaf EUR 10.380 meteen aan een belastingvoet van niet minder dan 40%. Een systeem met minder en bredere schalen zou een echte progressiviteit introduceren, zodat lagere inkomens minder worden belast.
Tot slot zijn er ook een aantal positieve evoluties op het vlak van e-government te melden. Fisconet, Finform, Tax on Web en andere online diensten zijn allemaal initiatieven die tot doel hebben actuele informatie en documenten ter beschikking te stellen van de belastingbetaler en hem ook toe te laten elektronisch zijn aangifte te doen. Het aantal gebruikers van deze diensten stijgt gestaag, onder meer omdat de functionaliteit ervan geleidelijk wordt uitgebreid en ze gebruiksvriendelijker worden.
Frank Dierckx, Managing Partner bij PricewaterhouseCoopers, vat de studie als volgt samen: “Het Belgische fiscale beleid is de laatste jaren veel verbeterd, op alle vlakken. Maar we zijn zeker nog niet aan het einde van de rit. De belastingdruk in België is hoog in vergelijking met andere Europese landen, zowel voor bedrijven als voor particulieren. Maar we krijgen daar veel voor terug. Het sociale vangnet in België is namelijk een van de beste ter wereld. Daarmee is dan weer niet gezegd dat ons fiscale beleid het summum van efficiëntie heeft bereikt. We moeten deze denkoefeningen durven en blijven maken.”
Informatie voor de redactie: