Spaarrente

De auteurs zijn werkzaam bij PricewaterhouseCoopers als belastingadviseurs. In deze rubriek wordt over diverse fiscale onderwerpen geschreven.

Belasting op spaarrente
Rente op spaargelden wordt in de meeste landen belast met inkomstenbelasting. Dit leidt soms tot kapitaalvlucht. Spaarders zoeken dan jurisdicties op waar rente op spaargeld niet of laag wordt belast. Spaarrente werd van oudsher altijd belast met inkomstenbelasting in de Nederlandse Antillen en Aruba. De laatste jaren is de wetgeving op de Nederlandse Antillen en Aruba ingrijpend gewijzigd.

Nederlandse Antillen
Uitgangspunt voor de heffing van inkomstenbelasting is dat inwoners van de Nederlandse Antillen worden belast naar hun zogenaamde wereldinkomen. Dit is het inkomen waar ter wereld ook verdient. Inkomstenbelasting wordt geheven van mensen en niet van bedrijven. Rente op spaartegoeden wordt als belastbaar inkomen aangemerkt. Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen rente die wordt ontvangen op binnenlandse bankrekeningen en rente die wordt ontvangen op buitenlandse bankrekeningen. Het normale tarief voor de heffing van inkomstenbelasting bedraagt maximaal 49,4%. Voor ontvangen rente op lokale banktegoeden geldt een speciaal tarief. Dit tarief bedraagt 6,5% en is één van de laagste tarieven in de inkomstenbelasting. Reden voor dit lage tarief is dat spaarders gestimuleerd worden om buitenlandse banktegoeden terug te halen naar de Nederlandse Antillen. Ontvangen rente op Nederlands Antilliaanse overheidsobligaties is geheel vrijgesteld van belasting. De vrijstelling is niet beperkt tot nieuw uit te geven obligaties, maar geldt ook voor bestaande obligaties. Ontvangen rente op buitenlandse spaartegoeden wordt belast naar een maximaal tarief van 49,4% inkomstenbelasting.

Aruba
Op grond van beleid dat van toepassing is vanaf 1 januari 2007 kunnen inwoners van Aruba de rente op spaartegoeden aangehouden bij kredietinstellingen te Aruba of bij te vergelijken buitenlandse kredietinstellingen geheel onbelast voor de inkomstenbelasting ontvangen. Het moet dan wel gaan om rente op een spaartegoed bij een kwalificerende kredietinstelling. Obligatieleningen en spaarrekeningen die op naam staan van een bedrijf vallen daar bijvoorbeeld niet onder. Indien twijfel bestaat of een spaartegoed voor de vrijstelling kwalificeert, is het raadzaam contact op te nemen met een belastingadviseur. Het bovengenoemde beleid is per 1 januari 2008 wettelijk vastgelegd.

Voorbeeld
Een inwoner van Curaçao en een inwoner van Aruba hebben elk banktegoeden bij een bank op Curaçao en Aruba. Daarnaast hebben zij overheidsobligaties van de landen Aruba en de Nederlandse Antillen. In 2008 ontvangen zij rente op al deze tegoeden.

Uitwerking Curaçao
De rente op het banktegoed in Curaçao wordt belast naar een bijzonder tarief van 6,5% inkomstenbelasting. De rente op de overheidsobligaties van de Nederlandse Antillen zijn onbelast. De ontvangen rente op de Arubaanse banktegoeden en Arubaanse overheidsobligaties wordt belast met inkomstenbelasting tegen het normale progressieve tarief van maximaal 49,4%. Aruba wordt als buitenland aangemerkt.

Uitwerking Aruba
Indien een inwoner van Aruba de rente ontvangt op de bankrekening is deze geheel onbelast. Dit geldt in principe zowel voor het banktegoed in Curaçao als het banktegoed in Aruba. De rente op de obligatielening is daarentegen wel belast met inkomstenbelasting tegen het normale progressieve tarief van maximaal 58,95%. Een overheidsobligatielening kwalificeert namelijk niet als een spaartegoed die bij een kredietinstelling wordt aangehouden.