Grondbelasting

De auteurs zijn werkzaam bij PricewaterhouseCoopers als belastingadviseur. In deze rubriek wordt over diverse fiscale onderwerpen geschreven.

Grondbelasting
Eigenaren van grond moeten belasting betalen over hun eigendommen. Het hebben van dit vermogen is voor de overheid een reden om belasting te heffen.

Op in de Nederlandse Antillen gelegen onroerende zaken wordt jaarlijks grondbelasting geheven. Belastingplichtig is degene die bij aanvang van het belastingjaar het genot heeft van een onroerende zaak krachtens het recht van bezit of enig ander zakelijk recht. Het belastingjaar begint 1 januari en eindigt 31 december. Een eigenaar van een onroerende zaak heeft het genot van de onroerende zaak krachtens het recht van bezit. Daarnaast hebben zowel de genieter van het erfpachtrecht als de genieter van het recht op vruchtgebruik het genot van de onroerende zaak krachtens een zakelijk recht. Zij kunnen allemaal belastingplichtig zijn. De huurder van een onroerende zaak is geen belastingplichtige aangezien hij het genot van het onroerend goed heeft door een persoonlijk recht en niet door een zakelijk recht. Grondbelasting wordt geheven over de belastbare waarde. Er zijn vier methoden om de belastbare waarde van gebouwen vast te stellen. Welke methode men moet hanteren hangt af van de omstandigheden en aard van het gebouw. In de meeste gevallen wordt de waarde gehanteerd door de geschatte huuropbrengst van de onroerende zaak te vermenigvuldigen met de factor 12,5. Deze getaxeerde waarde wordt ook wel aangeduid als ‘leggerwaarde’. De leggerwaarde wordt telkens voor een periode van 5 jaar vastgesteld. Deze waarde ondergaat gedurende dit vijfjarig tijdvak in beginsel geen wijziging. De leggerwaarde ondergaat alleen een wijziging gedurende het vijfjarige tijdvak indien er sprake is van eigendomsovergang, vernieuwing, afbraak, vernieling, splitsing, vereniging of belastbaar worden van onbelaste goederen en omgekeerd. In principe dient men gedurende vijf jaar elk jaar hetzelfde bedrag aan grondbelasting te betalen. Met ingang van 2002 is een nieuw vijfjarig tijdvak aangevangen. Derhalve geldt er met ingang van 2007 weer een nieuw vijfjarig tijdvak. Het tarief van de grondbelasting bedraagt vanaf 2002 0,3% van de belastbare waarde, zowel voor gebouwde als voor ongebouwde eigendommen. Vóór het jaar 2002 werd er een onderscheid in tarief gehanteerd voor gebouwde en ongebouwde eigendommen. Vóór 2002 bedroeg het tarief voor gebouwde eigendommen 0,6% en voor ongebouwde eigendommen 0,5%. Er gelden voor de grondbelasting een aantal vrijstellingen zoals ondermeer voor overheidsgebouwen (en gronden) gebruikt voor openbare diensten, kerken en andere gebouwen voor openbare erediensten, begraafplaatsen met aanhorige gebouwen, scholen (m.u.v. kostscholen) en zieken- en armenhuizen. Voor gebouwen die gedurende een tijdvak van minstens zes achtereenvolgende maanden ongebruikt en onverhuurd gebleven zijn, wordt op verzoek ontheffing van belasting over dat tijdvak verleend indien u gedurende dat gehele tijdvak daarvoor bent aangeslagen.

Voorbeeld
Stel dat uw onroerende zaak voor het jaar 2007 een belastbare waarde van 275.000 gulden heeft. De verschuldigde grondbelasting wordt berekend door de belastbare waarde te vermenigvuldigen met 0,3%. Tevens dient u dit bedrag te verhogen met 15% opcenten. Uw belastbare waarde is 275.000 gulden x 0,003 x 1,15 = 948.75 gulden. Voor de jaren 2007 tot en met 2011 dient u elk jaar 948.75 gulden grondbelasting te betalen tenzij in deze periode bijvoorbeeld sprake is van eigendomsovergang, vernieuwing of afbraak.