Minder belasting door speciale tarieven in de inkomstenbelasting
Je kunt niet iedereen over één kam scheren. Dit geldt eveneens voor het inkomen dat belast wordt in de inkomstenbelasting. Niet al het inkomen wordt in de inkomstenbelasting tegen het (progressieve) schijventarief belast. Bepaald soort inkomen wordt tegen lagere tarieven belast. In de Landsverordening Inkomstenbelasting 1943 wordt een onderscheid gemaakt tussen het (progressieve) schijventarief en speciale tarieven voor bepaalde inkomstenbestanddelen, de zogeheten bijzondere tarieven. Het schijventarief in de inkomstenbelasting is progressief. Dat wil zeggen dat de belastingdruk groter wordt naarmate het inkomen stijgt. Dit is gebaseerd op het draagkrachtbeginsel; de breedste schouders dragen de zwaarste lasten. Het schijventarief 2006 voor de inkomstenbelasting is als volgt:
|
I
|
II
|
III
|
IV
|
V
|
|
Inkomen groter dan of gelijk aan
|
Maar kleiner dan
|
Tarief in %, exclusief opcenten
|
Tarief in %, inclusief 30% opcenten voor Curaçao en
St. Maarten |
Tarief in %, inclusief 25% opcenten voor Bonaire, Saba en
St. Eustatius |
|
0
|
23.000
|
10
|
13,0
|
12,5
|
|
23.000
|
34.000
|
16
|
20,8
|
20,0
|
|
34.000
|
48.000
|
21
|
27,3
|
26,25
|
|
48.000
|
72.000
|
27
|
35,1
|
33,75
|
|
72.000
|
101.000
|
32
|
41,6
|
40,0
|
|
101.000
|
-
|
38
|
49,4
|
47,5
|