Auto van de zaak

De auteur is werkzaam bij PricewaterhouseCoopers als belastingadviseur. In deze rubriek wordt over diverse fiscale onderwerpen geschreven.

Auto van de zaak
Autorijden wordt ook op de Nederlandse Antillen steeds duurder. Als onderdeel van loonafspraken kunnen werkgever en werknemer hier rekening mee houden. Een werkgever kan de autokosten, zoals bijvoorbeeld de aanschafkosten van een auto of benzinekosten voor zijn rekening nemen. Fiscaal gelden hier wel een aantal belangrijke spelregels. Als uitgangspunt geldt dat elk voordeel dat een werknemer uit zijn dienstbetrekking geniet als loon wordt aangemerkt. Dit voordeel is aanwezig als een werkgever een auto van de zaak ter beschikking stelt aan een werknemer. De werknemer zal doorgaans in privé gebruik maken van de auto van de zaak. Het woon – werkverkeer wordt hierbij als privé gebruik aangemerkt.

In de wet is een waarderingsvoorschrift opgenomen voor het ter beschikking stellen van een personenauto aan een werknemer. Het gaat hier om de situatie dat de werkgever eigenaar is van de auto of een auto least en deze ter beschikking stelt aan de werknemer. De wet bepaalt dat 15% van de nieuwwaarde als belastbaar voordeel wordt aangemerkt. Over dit voordeel dient loonbelasting en premies te worden ingehouden naar de normale belastingtarieven. Het betreft hier de oorspronkelijke nieuwwaarde van de auto met inbegrip van de omzetbelasting en invoerheffingen. Als een auto die enkele jaren oud is ter beschikking wordt gesteld dient ook de oorspronkelijke nieuwwaarde te worden gehanteerd. De werkgever kan vervolgens de kosten van benzine, onderhoud, wegenbelasting, verzekering en reparatie betalen of vergoeden aan de werknemer zonder verdere fiscale gevolgen. Afgesproken kan worden dat een werknemer een eigen bijdrage moet betalen voor de auto van de zaak. Volgens de wet kan alleen een eigen bijdrage van de werknemer voor het gebruik van de auto in mindering worden gebracht op de 15% bijtelling. Andere gemaakte onkosten door de werknemer kunnen niet in mindering worden gebracht op de bijtelling.

Indien een werknemer met zijn privé auto rijdt gelden andere regels. Volgens de wet mag de werkgever de autokosten voor zakelijke ritten belastingvrij vergoeden. Het woon – werkverkeer wordt hierbij niet als zakelijk verkeer aangemerkt in de Nederlandse Antillen. Het bedrag van de vergoeding is bij wet vastgesteld op 0,35 cent per zakelijke kilometer. Indien een hoger bedrag wordt vergoed dan 0,35 cent per kilometer wordt dit meerdere als belastbaar loon aangemerkt. Ook in het geval de werkelijke kosten hoger zijn kan het meerdere niet belastingvrij worden vergoed. Wellicht zou de wetgever het bedrag van 0,35 cent per kilometer moeten verhogen gelet op de prijsstijgingen voor auto gebruik in de laatste jaren.

Voorbeeld
Een werkgever op Curaçao stelt een auto ter beschikking aan een werknemer. De oorspronkelijke nieuwwaarde van de auto bedraagt 50.000 gulden. De benzinekosten, kosten van onderhoud en reparatie, wegenbelasting en verzekering zijn voor rekening van de werkgever. De werknemer betaalt een eigen bijdrage van 50 gulden per maand.
Uitwerking
De werknemer geniet een voordeel ter zake van de auto van zaak, waarover loonbelasting en premies dienen te worden ingehouden. Het voordeel wordt berekend op 7.500 gulden (15% x 50.000 gulden). De eigen bijdrage van 600 gulden (50 gulden x 12 maanden) mag alleen worden afgetrokken van de bijtelling van 7.500 gulden als deze bijdrage wordt betaald voor het privé gebruik van de auto. Het verdient aanbeveling om dit goed vast te leggen.