Special: Familiebedrijven
‘Maak een keuze voor je begint’
De tien meest innovatieve ondernemingen in de Nederlandse maakindustrie zijn familiebedrijven. Dat blijkt uit een recent onderzoek.
Door de organisatie te stroomlijnen en alerter te maken voor marktimpulsen, komen de bijzondere idee‘n vanzelf, menen deskundigen van PricewaterhouseCoopers.
Zo op het eerste gezicht zijn de conclusies even aantrekkelijk als uitdagend. Een recent onderzoek van onderzoeksbureau Nyfer naar de kracht van de Nederlandse maakindustrie toonde aan dat de tien snelst groeiende en meest innovatieve ondernemingen in deze sector zonder uitzondering familiebedrijven zijn. De verklaring van de onderzoekers is dat innovatie het beste gedijt in een omgeving waar bestuur en een meerderheid van het eigendom samengaan. Familiekapitaal is nu eenmaal geduldiger kapitaal, zo redeneert Nyfer. Daarmee wordt bedoeld dat familieleden meer belang hechten aan de continuïteit van de onderneming en daarom eerder bereid zijn te investeren in projecten die op de lange termijn renderen. Daar komt bij dat de aandeelhouders meer op hun intuïtie durven te vertrouwen. Ze scharen zich sneller achter een (wens)droom dan hun collega’s in beursgenoteerde of met private equity gefinancierde ondernemingen.
Ongeveer op hetzelfde moment kwam Roberto Flören, hoogleraar familiebedrijven aan de Universiteit Nyenrode, tot een vergelijkbare conclusie. Op zoek naar een verklaring voor de lange levensduur van familiebedrijven, stelde hij vast dat deze bij uitstek in staat zijn om ‘zich voortdurend opnieuw uit te vinden’. Met andere woorden: hun bijzondere levenskracht is het gevolg van hun bovengemiddelde vermogen om zich te blijven vernieuwen.

Voedingsbodem
De conclusie ligt dus voor de hand: familiebedrijven bieden een ideale voedingsbodem voor innovatie in brede zin. Toch waarschuwen Jan-Hendrik Schretlen en Kristina Devojeda, innovatiedeskundigen van PricewaterhouseCoopers, voor al te voorbarige conclusies. ‘Het is een feit dat de omstandigheden binnen het familiebedrijf gunstig kunnen zijn voor het succesvol opzetten en afronden van innovatieprojecten. Maar helaas wordt bij de onderzoeken die dat willen aantonen vaak ingezoomd op een bepaald deel van de sector. Het zou interessant zijn om de succesfactoren zorgvuldig op een rij te zetten en uit te splitsen naar het type familiebedrijf en de fase waarin ze verkeren. Op die manier krijg je pas echt een antwoord op de vraag waarom sommige bedrijven bovenmatig succesvol zijn en andere kansen laten liggen. Zelf hebben we overigens een dergelijke onderzoeksopzet in voorbereiding.’
In de aanloop naar dat onderzoek kunnen Schretlen en Devojeda al wel een aantal praktijktips geven om de slaagkans van uw innovatieprojecten te vergroten. Zo onderschrijven ze de constatering van het Nyfer-onderzoek dat een middelgroot of kleiner familiebedrijf moet focussen op een duidelijk omlijnde niche in de markt. ‘Het lijkt een open deur, maar steeds weer stellen we vast dat onvoldoende is uitgezocht waaraan de markt nu precies behoefte heeft, waarvoor afnemers willen betalen en wat de concurrentie van plan is. Zorg dus, voordat je gaat nadenken over welke innovatie dan ook, dat je de markt kent en een keuze maakt voor het segment waarin je je wilt onderscheiden.’
Productie
Een andere les is dat innovatie méér moet zijn dan het ontwikkelen van een nieuw concept of product alleen. Ook valt er bijvoorbeeld winst te behalen uit het innoveren van de eigen productie- en ontwikkelprocessen en het bundelen van kennis. ‘Ten onrechte wordt innovatie vaak geassocieerd met die ene grensverleggende technologische ingeving. Maar door de organisatie te stroomlijnen en alerter te maken voor marktimpulsen, komt dat ene bijzondere idee vanzelf. In ieder geval wordt het veel eerder herkend. Bovendien is de kans veel groter dat het ook nog eens met succes naar de markt wordt gebracht. Daarnaast helpt slimmer werken je natuurlijk ook om je processen efficiënter en kosteneffectiever in te richten. En zo ontstaat weer meer ruimte om te investeren in innovaties.’
Bij hun werkzaamheden maken Schretlen en Dervojeda gebruik van een ‘innovatiecyclus’, die helpt het proces stap voor stap te doorlopen. Zo wordt in dit model onder meer stilgestaan bij de vraag hoe de ontwikkeling van idee‘n in een bedrijf precies verloopt. ‘Wie ontwikkelen eigenlijk de beste idee‘n, worden die creatievelingen tijdig gehoord, en komen zij in contact met de beslissers binnen de organisatie? Een korte time to market is immers een cruciale succesfactor geworden. Afnemers staan open voor innovaties maar zijn minder merkentrouw dan voorheen, en concurrenten kopi‘ren meedogenloos.
Ook hier zijn familiebedrijven overigens in het voordeel: doordat zij dikwijls hechtere banden onderhouden met hun klanten zijn zij beter in staat op hun wensen in te spelen.’ Tot slot wijst Jan-Hendrik Schretlen op het grote belang van communicatie. ‘Houd alle stakeholders op de hoogte van waar je mee bezig bent. Niet alleen helpt het om je neer te zetten als een bedrijf dat vooroploopt bij
de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten. Het trekt ook nieuw creatief talent aan. Iedereen wil werken bij een organisatie die de grenzen durft op te zoeken en daarmee succes boekt. Of het nu een familiebedrijf is of niet.’
Voor meer informatie over het stroomlijnen van uw innovatieprocessen: Jan-Hendrik Schretlen.
|
De lessen van de klapschaats
Een heikel punt bij innovatie is de bescherming van het intellectueel eigendom. ‘Zeker voor middelgrote familiebedrijven is dat een moeilijke afweging,’ menen Jan-Hendrik Schretlen en Kristina Devojeda. ‘De investering in een octrooiaanvraag is aanzienlijk, zeker als patent wordt aangevraagd in meerdere landen. Daarom moet je je al in vroeg stadium afvragen hoe je dat gaat aanpakken. Wanneer rendeert een dergelijke investering, wat kost het om te proberen de markt voor te blijven met vernieuwingen en hoe re‘el is die kans eigenlijk?’
Overigens is het octrooicentrum ook een rijke bron van kennis. Het voorbeeld van de klapschaats is er een mooie illustratie van; toen de ontwerper deze wilde registreren, kwam hij tot de conclusie dat een Duitse uitvinder hem al ruim een eeuw eerder was voorgegaan. Een enkel bezoekje aan de online bibliotheek van het Octrooicentrum Nederland had deze omissie kunnen voorkomen. ‘Maar het kan ook heel zinvol zijn om er zo af en toe eens rond te neuzen om je te laten inspireren of om op de hoogte te blijven van waar je concurrenten mee bezig zijn. Ook dat valt voor ons onder de noemer innoveren.’
Voor meer informatie:www.espacenet.nl.
|
Zoeken in publicaties